1e Poellaan 65 Poldermolen van de Zemelpolder
In het bovenwiel stond het jaar 1743 ingekerfd. De molen werd gebruikt om de Zemelpolder
droog te houden. In 1999 is de molen afgebrand, in 2003 herbouwd.
Het is een achtkantige bovenkruier, een grondzeiler. De gemetselde onderbouw is van rode baksteen.
De bovenbouw is van hout, gedekt met riet. Het kruiwerk bestaat uit een overring en een onderring.
Het kruiwerk is m.b.v. de staart en het kruirad vanaf de grond te bedienen. Bovenwiel met kammen
en een vang. De vlucht van de molen is ~ 19.30 m (oorspronkelijk was dit minder, nl 17.90 m en
later 18.60m)
Oorspronkelijk was het een schepradmolen, later werd een vijzel gebruikt.
Midden 17e eeuw waren er 2 kleine poldertjes in het gebied waar nu de zemelmolen ligt.(samen
niet groter dan 50 morgen). Ieder met een eigen watermolen. In 1662 werd besloten om de polders
samen te voegen en voortaan door 1 molen te laten bemalen.
Op een oude kaart uit 1687 staat de polder vermeld als Hemelpolder, maar op andere kaarten
staat Zemelpolder. Mogelijk is de naam een verwijzing naar “kleine” polder. Een oude betekenis
van het woord zemel schijnt klein te zijn.
Wanneer de eerste molen na het besluit van 1662 is gebouwd is niet bekend. Het oudste zekere
jaartal is het jaar 1743 wat in het bovenwiel gekerfd stond.
In het archief van Rijnland staan in 1806 gegevens over de molen bekend. Het is een wipwatermolen
en de maten van o.a scheprad en wachtdeur worden in duimen omschreven. De te bemalen polder is
42 morgen en 489 roe groot ( 45 ha).
In 1871 (na de Franse tijd waarbij het metrisch stelsel wordt ingevoerd) wordt een meting in
cm. opgegeven.
Uit 1904 zijn weer metingen bekend en gaat het om een polderoppervlak van 71 ha.
Tussen de beide laatste metingen zijn grote verschillen. Mogelijk zijn er grote reparaties
verricht of is de molen zelfs vernieuwd.
Oorspronkelijk werd de molen alleen door één van de landeigenaren, of hun knechten, in werking
gezet wanneer dat nodig was.
Tot 1928 is de molen in bedrijf als schepradmolen. Dan wordt een elektrisch aangedreven vijzel
geplaatst. Geleverd door machinefabriek Spaans uit Haarlem. Met ijzeren roeden van 19.30 meter
en een gietijzeren as. Voor deze aanpassing moesten de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
toestemming geven, aldus schrijft de toenmalige polderbestuursvoorzitter J.W.A. Lefeber.
In 1943 kocht de gemeente de molen. Voor een symbolisch bedrag van 1 gulden. Grote
herstelwerkzaamheden aan het kruiwerk werden hierna uitgevoerd.
Toen er in het voorjaar van 1945 geen elektriciteit meer geleverd werd heeft men de polder
met behulp van een automotor bemalen.
In 1973 was er, door het lange stilstaan ( sinds 1928 was er elektrisch bemalen), weer een
restauratie nodig. Vanaf die tijd werd de zemelpoldermolen bemalen door leden van het Gilde
van Vrijwillige Molenaars. Jan van der Veek en later Pieter van der Veek en zijn vrouw Helga
zijn zeer betrokken bij de molen. Er wordt regelmatig gewezen op het feit dat de molen vanaf
de 60er jaren van de vorige eeuw steeds meer omsloten wordt door bebouwing en begroeiing.
De molen was rijksmonument, maar werd na de brand in 1999 van de monumentenlijst geschrapt.
Alleen de veldmuren bleven na de brand over.
De wederopbouw van de molen was mede mogelijk door een inzamelingsactie onder de burgerij.
(april 2000). In 2003 was de molen weer herbouwd. Molenmaker was Verbij. In het gras naast
de molen ligt de bovenas van zijn voorganger, die na de brand is afgekeurd.
De molenwerf is redelijk oorspronkelijk. De molenbiotoop is aangetast door omliggende
bebouwing en beplanting. Er is te weinig ruimte om de molen.
Vrijwilligers zorgen er voor dat de molen geregeld draait. De molen staat sinds 2008 op
de gemeentelijke monumentenlijst.
|
|